Op de kleintjes letten

Veertigdagen 10

Deuteronomium 26: 12-15

want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud. (Marcus 12: 44) 

Eleèmosuné. Het betekent medelijden, barmhartigheid. Ons woord ‘aalmoes’ is er van af geleid. Het geven van aalmoezen hoort wezenlijk bij de vasten. De vastentijd is meer dan anders de tijd van inkeren en uitkeren. Vasten is meer en minder vasthouden. Vasten is op de ‘kleintjes’ letten. Maar dan anders dan Albert Heijn met zijn reclame in de tachtiger jaren van de vorige eeuw bedoelde.

In de joodse en christelijke traditie kennen we het geven van tienden. Daar wordt in de laatstgenoemde echter uiteenlopend over gedacht. In de meer evangelische kerken worden gemeenteleden aangespoord om een tiende van het inkomen aan de kerk te geven. Binnen de PKN-kerken wordt van leden een bijdrage gevraagd, waarbij een percentage van ½ tot 1 % van de netto inkomsten als richtlijn gehanteerd wordt. Nu moeten we de Bijbelse regel van het geven van een tiende niet verwarren met de kerkelijke bijdrage. De Bijbelse regel van het geven van een tiende was een soort sociaal stelsel met twee speerpunten. 1) Uit de tienden werden de Levieten, de kerkelijk medewerkers, ‘gesponsord’ om hun werk voor God en zijn gemeente te doen. 2) Uit de tienden werden ook de vreemdelingen, de weduwen en wezen onderhouden. De sociaal zwakken en zwakkeren. 

Ons sociaal stelsel is heel anders ingericht. En toch kennen we helaas nog altijd heel wat mensen die tussen wal en schip vallen. De sociaal zwakkeren. Het principe achter de tienden is daarom niet veranderd. Van ons wordt gevraagd om o.a. de kerken, die zich inzetten voor de sociaal zwakkeren, te steunen met een deel van ons inkomen. En om daarnaast niet te vergeten dat er dan nog altijd veel mensen zijn die buiten de boot vallen. Die om ons eleèmosuné, om ons medelijden vragen en een beroep doen op onze barmhartigheid.

Aalmoes en Albert Heijn. Op het eerste oog zijn het elkaar bijtende grootheden. De aalmoes staat voor geven, delen met anderen, consuminderen. Albert Heijn staat voor graaien in de overvloed, kopen voor jezelf, consumeren. Toch bieden ze elkaar een ingang. Bijvoorbeeld bij het inleveren van de lege flessen. Vaak biedt de plaatselijke AH ruimte om de emballagebon achter te laten in een spaarbus voor een goed doel. Of je koopt er levensmiddelen en vult een doos om de Voedselbank – waarvan Albert Heijn evenals enkele andere supermarkten een businesspartner is – te steunen.

Een tiende. Misschien is het te veel gevraagd. Je mag ook klein beginnen. Met een paar muntjes. Doneer je statiegeld eens als het kan voor een goed doel. Of vul een doos voor de Voedselbank. Laat je barm-hart-igheid uit je handen spreken. Dat is van inkeren naar uitkeren.

Advertenties

Versterven smaakt naar verrijzen

Veertigdagen-9

Versterven,
het is een stokoud woord,
het ruikt naar de dood,
het kan ons niet bekoren,

want wij willen leven,
wij houden van haast en decibels en drukte,
wij hebben gelijk, altijd
ons verteer, ons verkeer,
het is onze zaak, onbespreekbaar,
zo zijn we, zonder zonde,
met op zolder nog wat wrok en verbittering,
in de kelder, wat koelgehouden agressie
en we hebben gelukkig niemand nodig.

Versterven
fluistert de vasten,
versterven smaakt naar verrijzen,
je moet het proeven.

Je laat de haast uitrazen
en je krijgt vat op de tijd.

Je laat het lawaai uitdoven
en je hoort in de stilte een stem
al zolang vermist.

Je laat alle onvrede wegspoelen
en je ademt,  V R I J.

Je laat anderen in je weelde delen
en je maakt, je ziet mensen gelukkig.

Je laat God je huis betreden.
God zo overbodig.
God, broeder, op bezoek.
God, een vriend van alle leven.
God, uitdager van angst en dood.

Eugeen Laridon (1929-1999) hulpbisschop van Brugge. Hij stierf aan de gevolgen van een slepende ziekte.

Vasten = versterven

Veertigdagen-8

Lucas 16:19-31

Versterven is een bekende term in en rond verpleeghuizen. In ieder geval was dat zo een aantal jaren gelden. Daar staat de term voor het stoppen met eten en drinken waarna een mens geleidelijk aan een zachte dood sterft aan uitdroging en ondervoeding. Het is een palliatieve (het lijden verzachtende) mogelijkheid in het proces van mensen die in de stervensfase geraken. Dat is meer de concrete kant van de zaak. Er zit ook een geestelijke kant aan. Dat is het proces van onthechten. 

Los van of voor versterven gekozen wordt in de palliatieve zorg, feit is dat in de pastorale praktijk rondom de laatste levensfase dat proces van onthechten duidelijk op gang komt. Iemand vertrouwde mij in die fase eens toe dat waar zij met ziel en zaligheid voor leefde, plotseling niet meer belangrijk was. En die onthechting gaf haar plotseling heel veel ruimte. Ruimte waarin ze anders tegenover zichzelf, haar naasten, het leven en God kwam te staan. 

Misschien mogen we het dan ook zo zeggen. Vasten is een oefening in versterven. In het onthechten. Je wordt je bewust van waar het echt om gaat. Je wordt ‘vrij’ gemaakt. Vergelijk het met vakantie. Je gaat op vakantie. En plotseling is televisiekijken niet meer belangrijk. Je taalt er niet eens naar. Je onthecht van vaste patronen. Daardoor  ontstaat een lege (vacante) ruimte die je anders in gaat vullen. Je kijkt bijvoorbeeld samen met je geliefde naar de ondergaande zon. En je zegt: “We zouden dit vaker moeten doen.” 

Versterven. Waarom zou je wachten tot de dood zich aandient? Een oefening in versterven kan geen kwaad. Nog niet begonnen met vasten? Je kunt er elke dag mee beginnen. En als je dat niet ziet zitten, ga dan eens lekker op vakantie. Om los te komen van alles wat je bindt. Maar als je daar geen geld voor hebt, kun je nog altijd vasten. Wie weet houd je geld over. 

Geloven

Veertigdagen-7

2 Koningen 6: 8-17 

Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn. (Matt. 17: 20)

Een vakantieganger loopt, nieuwsgierig als vakantiegangers zijn, het terrein van een steengroeve op. Hij ziet drie mensen hard aan het werk. Hij vraagt de eerste van de drie wat hij aan het doen is. Vermoeid, geïrriteerd en kortaangebonden zegt hij: “Ik hak rotsblokken uit omdat ik nooit iets anders geleerd heb.” Vervolgens vraagt hij aan de tweede arbeider wat hij aan het doen is. Gelaten en enigszins verveeld zegt hij: “Ik hak de uitgehouwen rotsblokken op maat, want er moet nou eenmaal brood op de plank komen.” Als hij bij de derde arbeider komt, die de op maat gehakte blokken verzamelt en op pallets stapelt, vraagt hij ook hem wat hij aan het doen is. Trots, stralend en met pretoogjes, als koesteren die een kostelijk geheim, zegt hij: “Ik ben een kathedraal voor God aan het bouwen. Waar mensen nog eeuwenlang Hem kunnen prijzen en danken.”

Als de twijfel je inhaalt, stop dan en lift mee met het geloof


Verzoening

Veertigdagen-6

Matteüs 5: 23-24

Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. (2 Kor. 5:19)

Ook wrok en woede zijn afschuwelijk,
een zondig mens geeft eraan toe.

Wie wraak neemt zal de wraak van de Heer ondervinden,
de Heer zal zijn zonden niet vergeten.
Vergeef je naaste het onrecht dat hij deed,
dan worden, als je bidt, ook jou je zonden vergeven.
Hoe kan een mens die woede koestert tegen een ander
bij de Heer om verzoening vragen?
Hoe kan een mens die geen erbarmen heeft met een ander
om vergeving voor zijn eigen zonden bidden?
Je bent maar een mens: als je in je woede volhardt,
wie zal dan je zonden vergeven?
Denk aan het einde en wees niet langer vijandig,
denk aan je dood en vergankelijkheid, en houd je aan de geboden.
Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste,
denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie fouten door de vingers.

(Sirach 27: 30 - 28: 7)

The beginning of atonement is the sense of its necessity.

(Lord George Byron, Eng. dichter 1788-1824 – Vert: Het begin van verzoening is het besef van haar noodzaak

Ommekeer

Veertigdagen-5

Psalm 51: 5, 6 en 12

Help me, mijn God

Help me, mijn God.
Wat heb ik gedaan, heb ik u aangedaan.
Wat verkeerd is gegaan, heb ik op mijn geweten. 
Ik kan dat niet vergeten, dat blijft maar draaien
dat gaat niet meer weg uit mijn kop. 
Help me, mijn God.
Nooit komt meer goed wat is gebeurd.
Wat ik heb verknoeid, is niet meer goed te maken.
Ik weet niet hoe ik verder moet
en het is allemaal mijn schuld.
Help me, mijn God. 
Ik ben blut en sta in het krijt.
Mijn schulden zijn niet met geld te vergelden.
Ik heb alleen maar een hart aan duizend diggels.
Ik heb niet meer te bieden dan dat.
Help me, mijn God.
Hoor mij, zie mij.
Raak mij, recht mij.
Reinig mij en maak mij weer gloednieuw. 

(Uit: Een knipoog van u zou al helpen; Karel Eykman)

Luister naar: Sons Of Korah – A Broken Spirit

Ommekeer, Verzoening, Geloof

Veertigdagen-zondag 1

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image.png

Lucas 15: 11-32

Toen kwam hij tot zichzelf en dacht:De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u… (Luc. 15: )

Terug naar de drie afbeeldingen van eergisteren. Uiteraard springt het schilderij van Rembrandt over de ‘Verloren Zoon’ eruit. Zoals deze gelijkenis van Jezus in de Evangelieën eruit springt. De rups, die zich in zichzelf keert en oprolt om later te ontpoppen als een vlinder, staat symbool voor ommekeer. De zoon in de armen van de vader is het beeld van verzoening. En het kind dat een hartje begiet staat voor geloof. Ommekeer, verzoening en geloof. Ze worden werkelijkheid door gebed, vasten en aalmoezen.

Ik kom om van de honger. De jongste zoon in de gelijkenis vast. Al is het een gedwongen vasten. Berooid van al zijn geld laat iedereen hem vallen. Hij moet leven van aalmoezen, maar zelfs die zijn er niet. Het is gewoonweg bij de beesten af. Gedwongen vasten of niet, het komt tot een ommekeer. Ik zal naar mijn vader gaan. Zijn geloof is nog maar klein. Hij gelooft wel dat zijn vader hem ontvangen zal, maar het meest waarschijnlijk als één van zijn uitzendkrachten. Zo bidt hij wanhopig. Vader, ik heb gezondigd…. En zijn vader? Hij heeft hem al gehoord en verhoord. Want als hij zijn zoon in de verte ziet aankomen snelt hij op hem af. Hij laat hem niet eens uitpraten. Aan de uitzendkrachten komt hij niet eens toe. De vader is als het kind met de gieter. Hij giet overvloedig al zijn liefde verzoenend uit. Over de jongste zoon én over de oudste zoon. In de hoop en de verwachting dat hun geloof groeien gaat. 

Is de maaltijd klaar? Vier dan het leven met de mensen om je heen. Geniet van wat je met elkaar delen mag. En vergeef elkaar en jezelf als er iets te vergeven valt. 

Meet and Eat

Veertigdagen-4

Johannes 2: 1-11

…en ze maakten van die dag een dag van feestmalen en feestvreugde. (Est. 9: 17-18)

Na de veertig dagen en veertig nachten vasten en de verzoeking in de woestijn gaat Jezus het leven vieren. Hij gaat de slingers ophangen. Hoe? Hij gaat zieken genezen, demonen uitwerpen, het Koninkrijk van God uitleggen, doden opwekken…, noem dat maar geen feest. Ook verschijnt hij regelmatig op feestjes en is hij een graag geziene gast bij maaltijden. Noordmans schrijft: Het was zelfs een grief, die men tegen Jezus inbracht, zijn zitten aan maaltijden bij vrienden: vraat en wijnzuiper (Mt. 11:19). Volgens het Evangelie van Johannes begint Jezus daar de slingers op te hangen. Bij vrienden, op een bruiloftsmaal. Op een feest dat al gauw geen feest meer dreigt te zijn. Want als de wijn op is, is het feest voorbij. Maar Jezus hangt de slingers van het Koninkrijk van God op. Hij maakt van water wijn. Het leven moet gevierd worden. Aan de maaltijd, met vrienden, bij brood en bij wijn. 

Bereid een maaltijd voor aanstaande zondag (geen vasten op zondag). Nodig gasten uit en vier het leven.  


Gebed, Vasten, Aalmoezen

Veertigdagen 3

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image.png

Matteüs 6: 1-8 en 16-18

Heel ons leven, de gave van God. Amen. Heel ons leven, een loflied voor U. Amen. Heel ons leven, de gave van God. Amen. (Lied 876)

Vasten is een belangrijke uiting van het geloofsleven. We kunnen hier schrijven ‘van het christelijk geloofsleven’, maar dat neigt naar exclusivisme. Wie volgeling van Jezus wil zijn sluit niemand uit. Ook andere geloven niet. Vasten als uiting van geloof is veel universeler. Zo kent het jodendom verschillende momenten van vasten. Voorafgaande aan het Poerimfeest, dat wel wat weg heeft van carnaval, is er een vasten. Het Ta’anit Ester. Daarnaast is er het vasten dat geheel in het teken staat van Jom Kipoer, Grote Verzoendag. Zo kent ook de islam vastentijden. De belangrijkste daarvan is de Ramadan.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-1.png

Vasten heeft twee belangrijke reisgenoten. Bidden en aalmoezen. Door meer aandacht te geven aan het gebedsleven, kunnen we ons meer richten op het wezenlijke van het geloof. In het gebed stellen we ons nadrukkelijk voor God. In het gebed groeit een tweevoudig besef. Onze menselijke schuld en zijn goddelijke genade. Dat besef is de leerschool van de aalmoezen. Als we onze harten openen voor God gaan ook onze handen open.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image-2.png

Gebed, vasten en aalmoezen vormen de basis voor wat in de afbeeldingen hieronder tot uitdrukking wordt gebracht. Probeer ze te benoemen. Op de 1ste Lijdenszondag in de Veertigdagentijd (overmorgen) komen we erop terug.

vul de ontbrekende letters in

Vasten en feesten

 Matteüs 4: 1-11

lees.jpg

…vast voor mij: eet niet en drink niet, overdag niet en ’s nachts niet, drie dagen lang. (Est. 4: 16)

Bij ons is het de omgekeerde wereld. Voordat we vasten gaan we eerst helemaal los. Eerst carnaval, dan vasten. Van oudsher is dat niet de volgorde. En van oudsher heeft het vermoedelijk niet eens een religieuze lading. Veel waarschijnlijker is het wat we ook bij Asterix en Obelix tegenkomen. Eerst is er afzien. Daarna, pas helemaal aan het eind, de tribale feestmaaltijd. Zo moet het duizenden jaren geleden geweest zijn. Voordat er een tribale maaltijd was, een maaltijd voor heel de stam, een feestmaal dus, was er een periode van onthouding. Tegelijkertijd moet gezegd worden dat het religieus aspect van vasten waarschijnlijk ook in oude culturen al aanwezig was. In feite zegt het woord cultuur (bebouwen, koesteren, vereren) dat al.

bezinning.jpg

Voordat Jezus toekomt aan het feest dat leven heet (zie gisteren) is er eerst een periode van bezinning. Van onthouding. Van vasten. In de woestijn, op zichzelf al geen beeld van overvloed, vast hij. Veertig dagen en veertig nachten vast hij. Vasten wil letterlijk zeggen, vasthouden, je verbinden. De huidige betekenis is daaruit ontstaan. Uit het zich verbinden tot naleven van regels. Als de duivel hem probeert te verleiden en misleiden houdt Jezus vast aan Gods regels, zijn woord. Onvoorwaardelijk.

doen.png
DAY5.FAST-FEASTmaster.jpeg

Vrij vertaald: Onthoud je van woorden die kapot maken (vervuilen), maak een feest van uitingen die helend werken (zuiveren).