Laat plaats voor de toorn

Veertigdagen-18

Efeziërs 4: 25-32

Hij ging naar de tempel, waar hij de handelaars begon weg te jagen… (Lc. 19: 45a)

Aan de kapstok van het leven hangen nog twee jassen. Boosheid en lering. Vandaag boosheid, morgen lering. Boosheid is er in verschillende gradaties. Van geprikkeldheid tot frustratie en van ergernis tot woede. Die laatste kan zelfs ontaarden in een furieuze woede. Met boosheid wordt niet het vooral Oud-Testamentische begrip van boosheid bedoeld. Meestal wordt dan de zedelijke verdorvenheid van mensen bedoeld. Het kwaad dat ons treft of dat we doen. Boosheid hier is het beste te verstaan als toorn. Het is een emotie zoals verdriet, verbazing, verwondering, angst etc. Boosheid heeft net als alle andere menselijke emoties haar nut. Anders hadden we die niet van onze Schepper gekregen. Als we sommige zielenknijpers of kwakzalvers moeten geloven is boosheid alleen maar schadelijk. Maar Jezus laat ons een andere kant zien. 

Je kunt in je verdriet verdrinken. Maar boosheid kan de impuls geven dat je weer gaat zwemmen. Boosheid kan je weer op de been brengen. Boosheid is een klokkenluider die ons zegt dat er iets van betekenis gebeurt waar we iets mee moeten. Een gebeuren dat bedreigend voor ons is. Zoals de handel in de tempel bedreigend is. Die bedreigt de relatie tussen God en mensen. Die bedreigt de vrede, want de vrede wordt niet meer geleerd. De mensen hebben er geen oog meer voor. Die bedreigt heel Jeruzalem en haar inwoners.

De Koning van de vrede komt de stad binnen, maar niemand die het ziet. De handel heeft de opmerkzaamheid voor Gods woorden om zeep geholpen. Het is verborgen geraakt. En daardoor verstaat men niet meer ‘wat tot uw vrede dient’. Na het verdriet hierover komt er een heilige toorn over Jezus. Een boosheid die hem energie geeft, motivatie en inspiratie, om een aantal zaken recht te zetten, door de handel om te keren. Een boosheid die uitmondt in grote schoonmaak. Pas dan komt er ruimte. Ruimte voor wat tot de vrede dient.  

Boosheid is een klokkenluider die ons zegt dat er iets van betekenis gebeurt waar we iets mee moeten. Een klokkenluider die de noodklok over de velden van het verleden luidt en die zegt: “Zo kan het niet langer. Er moet wat gebeuren.” Dus…, of er gaan dingen structureel veranderen, of… alles blijft bij het oude. Het oude zeer. Het ouderwetse. Ouderdom in plaats van ouderwijs. Oudbakken in plaats van fris en nieuw. Alles wat je conservatief maakt. Of zelfs fundamentalistisch. Boosheid helpt om daaraan niet ten onder te gaan. Boosheid helpt je zwemmen tegen de stroom in. Boosheid helpt om van in-gewikkeld, ont-wikkeld te raken. Laat daarom plaats voor de toorn. 

Een voorbeeld. Ruim een week geleden was er een aanslag in Utrecht. Drie mensen lieten daarbij het leven. Er was en is verdriet. Maar er is ook verontwaardiging. Iets als heilige toorn. Want wat gebeurt is onrecht. Puur kwaad. Eén van de slachtoffers was een jonge vrouw die samen met haar alleenstaande vader woonde. Vanuit het verdriet en de verontwaardiging ontstond er een initiatief om geld in te zamelen voor de vader. Hoewel aan zo’n initiatief veel meer kanten zitten, gaat het nu hierom: Als men zich alleen maar hadden laten leiden door verdriet, dan was er niets gebeurd. Maar God zij dank is er ook een vorm van boosheid die aanzet om niet alleen in het verdriet te blijven. Die laat zien dat de wereld niet alleen bestaat uit zedelijk verdorven mensen. Laat daarom plaats voor de toorn.

Advertenties

Van tranen tot slingers

Veertigdagentijd-17

Lucas 19: 41-48

Was je maar opmerkzaam geweest op mijn geboden, dan was je vrede nu als een rivier, je gerechtigheid als de golven van de zee. (Jes. 48: 18 – Naardense Bijbel)

Resultaten uit het verleden…, ja, daar is ’t ie weer. Ze zijn soms om te huilen. Huilen vertroebelt het zicht. Dat is niet erg. Dat is zelfs heel gezond. Want het is alleen maar dat ene, het is alleen maar die ene, waar je om moet huilen. Daar kan je niets anders bij gebruiken. Tranen zijn als helende zalf op een geslagen wond. Tranen omlijsten de liefde evenzeer als een gelukzalige lach of een hartelijke zoen. Tranen zijn niets om je voor te schamen.

Jezus schaamt zich in ieder geval niet. Als hij Jeruzalem nadert laat hij zijn tranen de vrije loop. Over het lot van de stad. Jezus ziet het al in de toekomst dagen. Een verschrikkelijk nacht. De omkering van de stad van vrede. De andere kant van vrede. Oorlog, geweld, verwoesting. Er zal geen steen op een andere blijven. Het gebeurde in het jaar 70 na Chr. Meer dan 100.000 mensen kwamen om en de stad werd in de as gelegd. Met tempel en al. De tranen van Jezus hebben daar betrekking op. Op het gebeuren in de nabije toekomst. Maar zijn tranen zijn er ook om het verleden. Had ook jij maar van de vrede geweten. En dat was (!) – verleden tijd – mogelijk geweest. Als het volk en de geestelijkheid gehoor hadden gegeven aan Gods woorden die de mens tot vrede dienen. Jezus huilt. Over wat er staat te gebeuren en niet zou moeten gebeuren. Over wat niet is gebeurd en had moeten gebeuren. En het zal niet bij tranen alleen blijven.

Een mens kan verdrinken in zijn/ haar tranen. Omdat verdriet het enige is wat zij/ hij nog over heeft. Tranen, je enige houvast in leven en sterven? Misschien. Maar aan de kapstok van het leven hangen nog twee jassen. Boosheid en lering. Hoe zou je die kunnen gebruiken om in het heden naar een toekomst te leven, waarin tranen verwerkt zijn tot slingers die bevestigen dat het leven toch een feest is?

Zondag Oculi

Veertigdagen-zondag 3

Psalm 25: 15-21

Denk niet aan mijn zonden van vroeger, maar denk met liefde aan mij… (Psalm 25: 7)

De eerste zondag in de Veertigdagentijd heet al sinds de vroege kerk ‘zondag Invocabit’.  De zondag van het aanroepen (naar Ps. 91: 15). God erbij roepen. We begonnen de Veertigdagentijd met het besef van onze sterfelijkheid. Als dat besef door inkeer bij ons binnenkomt, kunnen we eigenlijk alleen nog maar om hulp roepen. God om hulp roepen, want Hij is de God van leven.

De tweede zondag in de Veertigdagentijd is ‘zondag Reminiscere’. De zondag van gedenken (naar Ps. 25: 7). Want toen we God erbij riepen drong het besef tot ons door. Ik ben niet meer dan een bloem in het veld. Als gras op de wind. ‘Als U, God van leven, niet aan ons denkt, wie zal het dan wel doen?’

De derde zondag (vandaag) is ‘zondag Oculi’ (naar Ps. 25: 15). De zondag van het oog. Van opzien. Van kijken naar God, om te zien dat Hij dichtbij komt en ons gaat bevrijden uit alles wat ons vasthoudt. Uit de valstrikken van het verleden.

Karel Eykman, hij is onder andere bekend van de Film van Ome Willem, Het Klokhuis en Sesamstraat, en was ooit jeugdpredikant, vertaalt Psalm 25 aldus:

Nu niet even terugkomen
op oude koeien uit vergeten sloten.
Zeuren over zonden indertijd is zonde van de tijd
rakel die niet op, ik heb wat anders aan mijn hoofd.
Ik hoef geen hoge rechter, ik zoek steun en toeverlaat
nu ik terug wil naar eenvoud en eerlijkheid.
Wil mij te hulp komen
in kwaadwillige tijden in vijandelijk gebied. 
Allereerst gaat het om u, die ik zo nodig heb. 
Bewaak mijn gedachten en bewaar ook mijn hart. 
Kap al mijn angsten af, trek me weg van waar ik in verzeild raakte 
en laat mij weer zien de eenvoud en de eerlijkheid. 
Wil toch dicht bij mij komen 
maak mij wegwijs op deze rare aarde.
Leid mijn stappen naar de juiste rechte straat
in deze stad vol kronkelwegen waarin ik mij verlies.
Richt mijn schreden zo dat ik uitkom
waar ik wil zijn, in eenvoud en eerlijkheid.

Het verhaal van de parel

Veertigdagen-16

Lucas 7: 44-48

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden [pijn]. (1 Ptr. 4: 8) 

Een parel is een wonderlijk iets. Deze groeit niet zomaar vanzelf. Een parel is het gevolg van pijn. Pijn die de oester lijdt als een ongewenst deeltje – een diertje of parasiet – zich nestelt tussen de schelp en de mantel, de buitenste laag van het weekdier. Dat irriteert het weekdier en daar stelt het zich tegen te weer door het ongewenste deeltje te bedekken met paarlemoer, hetzelfde materiaal waar de binnenkant van de schelp uit bestaat. Laagje voor laagje wordt de indringer ingepakt totdat het schelpdier de irritatie heeft opgelost. Als dat gebeurt, en als zo’n oester uiteindelijk gevonden wordt, draagt deze een kostbare schat in zich mee. Een parel.

Het verhaal van de parel betrokken op mensen geeft een mooie analogie. De pijn van het verleden kan indringend irritant aanwezig zijn. Door de irritatie als indringer aan te pakken kan het verleden bewerkt en verwerkt worden. Elk mens heeft daar net als de oester ook een mantel voor. De mantel der liefde, gave van God. Irritaties uit het verleden, bewerkt en verwerkt met de mantel der liefde, laat mensen een kostbare schat met zich mee dragen. De schat van vergeving en verzoening. Waardoor een woestijn zomaar kan gaan bloeien als een roos. Waardoor op een kale akker zomaar het ruisende graan gehoord kan worden. Waardoor een mens die verloren lijkt zomaar als kostbare parel gevonden wordt.

Tegenwoordig worden parels gekweekt. Oesters worden uit zee opgevist en bewerkt. Vervolgens brengt men iets de oester binnen waardoor het diertje het defensieve afweersysteem activeert. We zouden Jezus een parelkweker kunnen noemen. Hij leert ons, ons defensieve afweersysteem, dat liefde heet, te gebruiken. Hij leert het ons door het ons voor te doen als hij zegt: “Je zonden zijn je vergeven.’ Zo brengt hij laagje voor laagje aan en kapselt onze pijn, onze irritatie in. Zodat ook wij leren dat bij anderen te doen. Want ieder mens is kostbaar in zijn ogen. Als een parel, zo kostbaar!  

Valt er wat te vergeven? Naar anderen? Naar jezelf? Irriteert het verleden nog altijd? Stop met botox, liposuctie of andere manipulatieve manieren om er mooier op te worden. Bedek het met de mantel der liefde. Daar wordt je mateloos mooier van.

(G)een kwestie van perspectief!?

Veertigdagen-15

De woestijn zal zich verheugen (…) als een lelie welig bloeien…(Jes. 35: 1-2)

Zie je een kille kikker of een prachtig paard? Zie je een somber kijkende man of een idyllisch tafereel. Zie je een dorre doodskop of iets van een eerbiedwaardige eredienst? Zien de Hebreeërs achter zich het moeras van de slavernij met de verleidelijke vleespotten, of voor zich de woestijn die als een lelie welig zal bloeien? Kijk je alleen naar het verleden, en bepaalt dat je toekomst? Of kijk je naar de toekomst, waarin de lessen van het verleden de toekomst mede vormgeven?

De afbeeldingen van gisteren hebben iets van die dubbelheid. Focus je je alleen op het ene, dan gaat de schoonheid, de kunst van de afbeelding onder in een monotoon, saai, eenvormig beeld. Het beeld van de woestijn. Wat Jezus leert is dat je door het geloof anders kunt kijken. Hij ziet meer. Omdat hij gelooft. Omdat hij vasthoudt aan Gods woord. En dat woord doet! Wat hij ziet is dus niet alleen maar een kwestie van perspectief.

Resultaten uit het verleden… ja, daar komen ze nog eens, bepalen niet de toekomst, zijn geen garantie voor de toekomst, maar kunnen de toekomst wel mede kleuren. Het gaat er alleen om hoe je het verleden in de toekomst verwerkt. En het is op dat punt dat het aankomt op kunst. Soms ontmoet je zulke mensen. Die hun leven tot een soort kunst hebben verheven. Jezus is er de eerste van. De grote leermeester en inspirator. Hij kan een kale akker zien en het graan al horen wuiven. Hij kan naar een verloren mens kijken en die als een kostbare parel in Gods hand zien. Omdat hij geheel (in) Gods Woord leeft.  

Three panorama photos of desierto florido in Chile 2017, amazing desert landscape painted with carpets of flowers

Wat zie ik?

Veertigdagen-14

Jesaja 35: 1-7

Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst. (Joh. 4: 35b)

Jezus ziet een enorme oogst. Hij signaleert alleen een gebrek aan arbeiders. Dat was gisteren. En vandaag, tegen zijn leerlingen, die het wonderlijke gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw hebben gemist, omdat ze hoognodig boodschappen moesten doen, zegt hij, als ze hem vragen of hij wat te eten wil hebben: ‘Ik heb al voedsel. Voedsel waar jullie geen weet van hebben.’ Heeft hij wat brood van de vrouw gehad? Heeft hij nog wat oud brood meegenomen uit Kana? Kruimels van de grond geraapt die van de tafel met het bruiloftsmaal waren gevallen? Stiekem al de broodvermenigvuldiging aan het oefenen geweest? En terwijl er nog maar amper gewas op het veld staat – het duurt nog vier maanden tot de oogst – zegt hij notabene ook nog dat de velden rijp zijn voor de oogst. Wat ziet hij, wat wij niet zien?

Resultaten uit het verleden… ja, ja, dat weten we wel. Maar ze zijn concreter dan de resultaten uit de toekomst. Want die zijn er simpelweg niet. Of kijken we niet goed? Als je op Jezus af mag gaan kan een kijkoefening misschien geen kwaad.

Kijk anders. Zie meer.

Je moet er wel SHIN in hebben

Veertigdagen-13

Exodus 16: 1-3

De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders (Matt. 9: 37b)

Een verlopen volkje Hebreeërs doolt door de woestijn. Er groeit niets. Er leeft niets. Er is geen water en geen voedsel. Ze zijn het zo zat als gespogen spek. Ja, hadden ze nog maar wat gespogen spek. Maar zelfs dat is er niet. Achter hen, ja achter hen, in Egypte, daar is voedsel. Hoe slecht het er ook was, er was tenminste eten en drinken. Als deze Hebreeërs in de woestijn Sin aankomen vinden ze het welletjes. Ze zetten Mozes onder druk. Beter terug het ‘moeras’ in, dan verder de woestijn in.

Er staat in het Hebreeuws (grondtaal van de TeNaCh – ons OT) dat het volk aankomt in de woestijn סין (Sin). Let op die eerste letter (van re. naar li.). Die lijkt op een slang. Het is de letter samekh, onze S, uitgesproken met een scherpe sisklank. Samekh betekent slang. De samekh duidt op tegenkracht. Misleiding. In kringetjes blijven ronddolen. Verleiding, Teruggaan naar Egypte, naar de slavernij. Dat is altijd beter dan vooruit, de woestijn in. 

Maar het Hebreeuws heeft ook een andere S-klankletter. Dat is de ש (uitgesproken als shin, als er een punt rechtsboven staat, en uitgesproken als sin, als er een punt linksboven staat). Deze letter zegt iets anders. De betekenis van shin/ sin is tand. In de letter zijn drie tanden te zien. Deze letter is een echt tandletter. Pas met de tanden op elkaar is de letter uit te spreken. En dat doet meteen aan nog iets anders denken. Tanden zijn er ook om het voedsel te vermalen en weg te werken.

Wij moeten vrij worden van ons eigen verleden ‘met alle negatieve ervaringen, kneuzingen of verwondingen. Men wordt niet volop mens als men probeert zijn eigen verleden te vergeten, te verdringen. De brokken van vroeger moeten verwerkt, vermalen en verteerd worden om het waardevolle ervan in ons op te nemen.’ (citaat uit: Hebreeuws in zes dagen; Studiehuis Reshiet).

Tanden zijn er ook om het voedsel te vermalen en weg te werken. Maar dan moet er wel voedsel zijn! Terug naar Exodus 16: 1-3. Hebreeërs in de woestijn. Achter hen het moeras van het verleden. Met water en voedsel. Voor hen de toekomst in het beeld van de woestijn. Waar niets groeit en louter zand gloeit. Over tanden gesproken, waar zou jij voor kiezen? En hoe zou wat Jezus zegt in Matteüs 9: 37b kunnen helpen bij een keuze?

Daredevil

Veertigdagen-12

Johannes 17: 20-26 en 18: 9

kies dan nu wie u wel wilt dienen… (Joz. 24: 15)

De quote “If God allowed that, there would be no future. Just people endless rewriting their past.”, die afgelopen zondag werd aangehaald en gisteren vertaald de inleiding vormde bij het dagthema ‘vasthouden en loslaten’, komt uit het laatste seizoen en daarvan de laatste episode van de Netflixserie Daredevil.    

Daredevil is een soort superheld. De naam en zijn outfit doen vermoeden dat het om een duivel-achtige gestalte gaat. Het tegenovergestelde is eerder waar. Hij is eerder een type Christus. Hij is bereid zijn leven te geven voor anderen. Met zijn sterk ontwikkelde zintuigen ziet hij het hart van mensen aan. Legt hij hun ware bedoelingen bloot. Hij komt op voor zwakken en rechtelozen. Hij bindt de strijd aan tegen machtigen en gewetenlozen. Hij dreigt op zijn weg van redding en verlossing al zijn vrienden te verliezen. Hoewel de verleiding groot is, blijft hij zonder zonde. In dit geval: hij weigert zijn tegenstanders te doden. Omdat hij gelooft dat zelfs de grootste rotzak (zondaar) tot inkeer kan komen. Met de kerk en de geestelijkheid lijkt hij een haat-liefde verhouding te hebben. Kortom, hij is een type Christus, maar dan het type van Jezus die in de tempel grote schoonmaak houdt omdat handelaars het tempelplein tot een rovershol hebben gemaakt.

Als Jozua vlak voor zijn dood in een volksvergadering zijn volksgenoten toespreekt, legt hij hen een keuze voor. Of jullie kiezen voor God dienen, of voor het dienen van de goden van je voorouders. Dat laatste zegt veel. De goden van je voorouders. De voorouders en hun goden zijn van de verleden tijd. Of zij maken de dienst uit, of jullie dienen God. God die erbij is. Die zal zijn die Hij zijn zal. Wiens naam op zichzelf niet alleen het verleden, maar ook het heden en de toekomst omsluit. 

Wat onderweg naar Golgotha steeds duidelijker wordt, is dat steeds meer mensen Jezus loslaten. Ten slotte ook zijn leerlingen, die hij vrienden noemt. Wat onderweg naar Golgotha ook steeds duidelijker wordt, is dat Jezus vasthoudt. Vasthoudt aan de wil van God, de Vader. Niet mijn wil maar uw wil geschiedde. En de mensheid vasthoudt. Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan. Zodat geen mens meer zijn verleden hoeft over te doen.


Vasthouden en loslaten

Veertigdagen-11

2 Korintiërs 3: 6-12

Daarom is ook iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. (2Kor5: 17) 

Als God toestond, dat we dingen uit ons verleden konden overdoen, dan was er geen toekomst. Dan herschreef iedereen eindeloos zijn eigen verleden. Ons verleden is als een moeras. Wat boven het water uitkomt is mooi en goed. Graspollen, bijzondere bloemen en planten, hier en daar een struik. Wat eronder zit is gevaarlijk. Het zuigt ons op. Het verleidt ons om er telkens op terug te komen. En het stinkt als we erin gaan roeren. 

Waarom weet ik niet, maar op de één of andere manier hebben wij er moeite mee het verleden te laten rusten. Spijt, schuld en schaamte over wat gebeurd is en anders had gemoeten zuigen ons in het moeras van het verleden. We houden vast aan onze pijn. We houden vast aan onze teleurstelling. We houden vast aan onze woede. Wanhopig als een drenkeling in een moeras die zich vastgrijpt aan voorbijdrijvende waterplanten. Dat lijkt al met al veiliger dan de uitgestoken hand vanuit de toekomst waarvan niemand weet of die je houden zal. Het verleden lijkt betrouwbaarder dan de plannen Gods, die het heden kent en de toekomst overziet. Toch gaat het elke dag, elk heden, om het maken van die stap. Naar voren, niet naar achteren. Op het nieuwe aan. Zodat we zelf een nieuwe schepping worden. 

Een vrouw van goed veertig jaar oud gaf aan dat ze los wilde komen van haar verleden. Ze was gepest, ze was misbruikt, ze had zich laten misbruiken. Ze was vernederd, verwaarloosd en verlaten. Woede hield haar overeind, zei ze. Woede was haar energiebron. Ze werkte keihard, gedreven door woede. Ze had wanhopig lief, aangevuurd door woede. Haar leven verteerde door de hitte van haar woede. Dat kon zo niet langer. Maar alle gesprekken bleken een herhaling van zetten. ‘Zie niet achterom’, hoorde ze vaak zeggen. ‘Kijk naar wat je nu hebt. Naar wat je nu doet. Geef je over aan God.’ Maar de woede over het verleden, waardoor ze het verleden telkens opnieuw beleefde, was veiliger dan zich over geven aan de genade van God. De spijt over de dingen die ze zelf fout had gedaan, en de verwijten naar anderen die fouten hadden gemaakt, boden concreter houvast dan de vergeving van God.

Vasten is een oefening in vasthouden én een oefening in loslaten. Loslaten van wat voorbij gaat en van wat voorbij is gegaan. Vasthouden aan de belofte van God: Zie, Ik maak alles nieuw.


Ver-leden

Veertigdagen-zondag 2

Jesaja 43: 18 en 19

Hij: “I changed the past if I could.” 

Zij: “If God allowed that, there would be no future. Just people, endless rewriting their past.”

Vertaling (in de geest van de dialoog): 
Hij: “Als ik het zou kunnen, zou ik het verleden veranderen.” 

Zij: “ Als God dat toestond, zou er geen toekomst zijn. Alleen maar mensen die eindeloos
hun verleden zouden herschrijven.” 


Wat zou jij uit je verleden willen veranderen?