Hoorde jij ook bij de menigte rondom de Ronde van Frankrijk tussen wie het wielerpeloton afgelopen drie weken door fietsten? Natuurlijk, als je een liefhebber bent dan stond je er ook. Langs een kasseienstrook, op een berghelling van 10 % en liefst meer, precies daar waar renners verstrikt raakten in buizen en benen, crank-assen en kettingen tijdens een valpartij, bij de finish van een massasprint en/ of bij een meetpunt van de tijdrit…, thuis of live, het maakt niet uit. Prachtig om iets te ervaren van de heroïek van echte kerels van nauwelijks 60 kg. op een carbonframe van amper 3 kg., balancerend op bandjes van net een centimeter breed (vanwege het aanstaande verbod op genderspecifiek onderscheid bedoel ik met ‘kerels’ ook de vrouwen op een racefiets, want die kunnen er ook wat van). 

Als je niet tussen de menigte stond, kun je nu stoppen met lezen. Als je er wel tussen stond is de volgende vraag: Wat deed je tussen de menigte? Toe-roepen of boe-roepen? Toekijken of afzeiken (soms letterlijk). Ik weet het, het is een gewetensvraag en daarom een hele persoonlijke vraag. Zo eentje die ons te dichtbij komt, zeggen we dan. Dus laat ik er dan maar eerst op antwoorden. Ik deed het beide. Toe- en boe-roepen. Toe-roepen als ik Tom Dumoulin zag. Boe-roepen als ik de Sky-ploeg zag. Vooral boe-roepen als ik Chris Froome zag. Bij hoog en bij laag. Met maar één doel: framing Froome. 

Niet netjes? Ik weet het. Maar nu ik toch zo openhartig ben, moet ik ook bekennen dat het met elke kilometer die de renners door het Franse land joegen minder werd. Anders werd. Eerst beschaafder.  – Beschaafd boe-roepen, kan dat? – Toen kwam één van de laatste etappes. Een tijdrit. Ik zag Froome zijn kilometers opvreten. Soeverein, in een koninklijke cadans. Ondertussen allerlei rituelen uitvoerend. Van het beroeren van het profetisch metertje op het stuur tot het tasten naar het communicatiekastje op de rug die hij als de Mur-de-Bretagne had gerecht. Een heilige op een fiets. In gebedshouding. Toen ontplofte het zomaar in mijn gedachten, stamelde mijn mond: Ik hoop dat hij deze tijdrit wint. 

Zei ik dit echt? Ja, ik was het. De boe-roeper. Ik realiseerde mij ineens wat de media met je doen als je de deur, zoals ik, voor ze open zet. Ze doen het langzaam, lispelend als de slang in de Hof van Eden. En je trapt erin. Je eet wat ze je voorzetten. En ik zag plotseling wat Chris Froome deed. Gewoon fietsen (nou ja, gewoon). Met respect voor zijn mede-renners. Met het besef dat boe-roepers verloren zieltjes zijn die gered moeten worden. Daarom trapt hij als een dolle het molentje van zijn fiets rond. Als een messiaanse martelaar die tegen beter weten in het vuur van de brandstapel probeert uit te trappen. Die beseft dat voor de boe-roepers de chrono op vijf-voor-twaalf staat. Slechts 300 tellen, en dan ook nog bergop. Een hel(s)e toer. Een Tour de Force!

Gisteren stond hij op het erepodium. De gouden glans van zijn prestatie kleurde zelfs de trui van zijn teamgenoot Thomas geel, meende ik te zien. Zelfs niet in zijn beste doen en tegen de stroom van het boegeroep in lukte het hem toch. Ik bekeerde mij. Van boe-roeper tot toe-roeper. “I learned my lesson, Chris. Well done Mr. Froome! Praise the Lord for people like you.”  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s