Het is aan me voorbijgegaan. Ik moet het eerlijk bekennen. Toen twee gemeenteleden het mij vertelden, trok ik het nog ernstig in twijfel. Want het kon niet waar zijn. Het kon toch niet zo zijn dat het overlijden van Harry Kuitert geheel aan mij voorbij is gegaan? Helaas het is zo. Bij het zoeken naar een column van Suurmond in de Trouw, kwam ik een artikel tegen naar aanleiding van zíjn voorbijgaan. De theoloog en ethicus dr. Harminus Martinus Kuitert is niet meer. En dat doet mij oprecht verdriet. Ik voel iets van verbijstering en verslagenheid. Verslagenheid, omdat deze grote theoloog overleden is. Verbijstering, omdat zijn overlijden haast ongemerkt aan mij voorbij is gegaan. Wat rest is zijn nalatenschap. Een nalatenschap van het christendom. Ja, zo zou ik het, naar zijn eigen woorden, willen noemen. Want hij heeft mij, en naar ik hoop velen met mij, geleerd te geloven.

Wie zijn theologisch oeuvre van horen zeggen kent, zal vreemd opkijken. Harry Kuitert? Hij is toch de man die weinig tot niets heel liet van Christus en het christendom? Hij is toch de theoloog wiens woord over God, en van ieder ander die poogt te spreken over God, naar eigen zeggen hooguit en vooral niet meer dan een woord van beneden is? Hij is toch de kerksloper die elke steen van de tweeduizend jaar oude kerk in zijn handen heeft gewogen en te zwaar heeft bevonden en dus de kerk en haar fundament afbrak. Ja! Het mag vreemd klinken, maar ja, hij is het die mij leerde geloven.

Ik ben van het soort ‘late roeping’. Van huis uit gereformeerde bond. Predikant geworden in een gereformeerde kerk van confessionele signatuur binnen de PKN. Vandaag predikant in een hervormde gemeente die zich rekent tot de midden-orthodoxie. En, ik geef het toe, ik ben, zij het met veel pijn en moeite, lid van het Evangelisch Werkverband. Noem mij een zwalker. Noem mij een opgewaaid blad dat met alle winden meewaait. Noem mij voor mijn part een Kuitertiaan (al vind ik dan Kuitertijn – naar de zojuist door mij opgerichte orde der Kuitertijnen – mooier). Zelf noem ik mij al sinds ik op een formulier ‘kerkelijke gezindte’ in moest vullen ‘christen’. Ik heb gepreekt in de christelijk gereformeerde kerk. Ik ben voorgegaan in een doopsgezinde gemeente. Tijdens vakanties bezoek ik zo vaak als het lukt de plaatselijke kerk, meestal een Roomse Mis. En dat allemaal dankzij Harry Kuitert. Hij heeft mij geleerd mijn geloof voortdurend kritisch te betwijfelen. Hij heeft mij tot nadenken gezet over wie Jezus is, toen hij zorgvuldig en met toewijding laag voor laag van het twintig eeuwen oude gebladderde Christusbeeld verwijderde. Hij ging mij voor in het afbreken van  kerkmuren.

Vaak heb ik gehoord en ook zelf beaamd dat Harry Kuitert niets zou overhouden. Regelmatig als ik samen met een collega jogde, of een kop koffie dronk, bespraken we kort zijn laatst verschenen boek en preludeerden al op zijn volgende boek met de woorden: “Je weet al waar het over zal gaan. Hij gaat zover totdat hij niets meer overhoudt van het van oudsher en met de kerk van alle tijden en plaatsen beleden algemeen en onbetwijfeld christelijk geloof.” En inderdaad, we kregen gelijk. Zijn laatste boek met de veelzeggende titel Kerk als constructiefout was de laatste steen die hij zorgvuldig en toch ook met enig hartzeer verwijderde. Want hij bleef volhouden lid te zijn van een kerk die hij zelf tot de laatste steen afbrak.

Maar wie goed leest ontdekt dat hij er iets voor in de plaats geeft. Ik wil het als eerbetoon aan Kuitert zijn nalatenschap van het christendom noemen. We moesten er heel lang op wachten. Na vele boeken, vele bladzijden, vele haarscherpe metaforen, tot dit laatste boek, tot bijna de laatste pagina. Daar pleit hij voor een open, dus niet ommuurde (!), geloofsgemeenschap. En die open geloofsgemeenschap krijgt van hem de zekerheid mee dat zij zich niet druk hoeft te maken over de overlevering. Want de overlevering overleeft het wel! Dus ook zijn afbraaktheologie. Voor mij staat Kuiterts theologie geheel ten dienste van die overlevering. Daarin was hij, tegen wil en dank wellicht, een navolger van Jezus Messias die het tempelplein uitmestte, de tempel afbrak en het voorhangsel tot het allerheiligste deed scheuren toen van Hem geen steen op de andere werd gelaten. Kerkmuren moeten immers om, kerkbanken van dogma’s die toch al nooit echt lekker zaten moeten afgebroken worden en de zware gordijnen voor de prachtig gestileerde kerkramen die de allerheiligste huisjes van de traditie beschermen moeten worden losgescheurd als het om de overlevering gaat. Jezus wist dat en handelde ernaar en Hij vertrouwde erop dat de overlevering het wel zou overleven. En, wat bleek, Hij hoefde er maar drie dagen op te wachten.

Zijn overlijden mag aanvankelijk aan mij voorbij zijn gegaan. Harry Kuitert (11 november 1924 – 8 september 2017) mag voorbij zijn gegaan. Maar ik koester voortaan zijn nalatenschap van het christendom. De overlevering overleeft het, overleeft hem en overleeft ons wel. Want het is alles, behalve kennis.7459474full

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s