120520nt_beeldvorming_kln_w714_h714

Van kinderen valt veel te leren. Bijvoorbeeld de wijsheid dat ‘teveel van het goede’ juist niet goed is, moet ons door een kind geleerd zijn.

LES 1: Het was vakantietijd. We stonden op een Franse camping en we aten pannenkoeken. Daar zijn de meeste kinderen dol op. Ook mijn dochter was er dol op. Ze at een paar pannenkoeken en vanuit mijn ooghoek had ik al gezien dat er steeds een beetje meer jam op ging. Toen het mij te gortig werd (en dat is heus niet zo gauw, ik houd ook van een goed belegde pannenkoek) nam ik de jampot in de hand, keek eerst naar het etiket en zei quasi nonchalant: “Dus jij vindt jam lekker hè!” Ze knikte geestdriftig met haar mond nog vol van de vorige pannenkoek. “Dan moet je de rest ook maar opeten”, zei ik en leegde het restant, ongeveer de helft van de pot, op haar volgende pannenkoek. Sinds die tijd, we zijn inmiddels ruim twintig jaar verder, eet zij geen jam meer. Ze heeft teveel van het goede gehad.

LES 2: Eén van mijn kleinzonen, hij heeft het Syndroom van Down, bracht een andere wijsheid onder de aandacht. Hij mag ’s morgens bij het ontbijt altijd kiezen wat hij op brood wil. Dan houden we hem een pak hagelslag voor en een pot pindakaas. Of worst en pindakaas. Of kaas en pindakaas. Soms kiest hij iets anders, maar meestal pindakaas. Op zekere morgen wilde hij echter helemaal niets. Geen hagelslag, geen worst, geen kaas en ook geen pindakaas. De waarheid kwam al gauw aan het licht. De pindakaaspot had een nieuw etiket gekregen. Die kende hij niet, dus die hoefde hij niet. Hij mag dan Down hebben, maar hij laat zich geen knollen voor citroenen verkopen. Toen zijn moeder een eerste stukje brood met overredende kracht en met enige forcerende middelen in zijn mond had gestopt, at hij daarna twee boterhammen met pindakaas.

Het deed mij denken aan het tweede gebod. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel, op de aarde of in het water onder de aarde is (Ex. 20,4). De reclamewereld lijkt daarvoor op goddelijk gezag een uitzondering te hebben ontvangen. Een uitzondering heb je immers nodig om de regel te bevestigen. De reclamewereld is niet zozeer bezig met de inhoud te verkopen, de reclamewereld wil de verpakking zo attractief mogelijk maken. Het maakt de snelle jongens en meiden van de reclame niet uit wat er in de verpakking zit. Als het maar verkoopt. Dus maken ze overvloedig gebruik van beeldvorming. Op basis daarvan maken consumenten hun keuze. Om die reden adoreren ze ‘hun geliefde’ product. Om die reden wil ik niet met een ander mobieltje gezien worden dan met een iPhone. Om die reden rijd ik in een DS 5. Een andere auto kun je niet verwachten bij een dominee.

LES 3: Beeldvorming. Het is allemaal beeldvorming. En we laten ons een rad voor ogen draaien. Ondanks de wijsheid van de Bijbel die ons onder wijzen wil brengen. Van beeldvorming hebben dominees misschien wel het meest last. Van hen wordt gezegd dat ze in een glazen huis leven. Helaas, ik moet dat beeld bevestigen. Al heb ik er een soort kruistocht van gemaakt om dat beeld ondersteboven te schoffelen, het beeld is hardnekkig. Ik wil graag domiNEE zijn. Nee, ik ben niet 24/ 7 met mijn werk bezig. Nee, ik loop niet in het zwart. Nee, als je mij ziet fietsen of lopen in het dorp ben ik niet altijd op weg naar een pastorant. Nee, ik verteer niet alles even goed van wat men op mijn bordje legt. Nee, ik heb niet overal een antwoord op. Nee, ik geloof niet altijd. Nee, ik ben niet altijd leuk, geduldig, minzaam etc. Nee, ik preek niet uit mijn hoofd. Nee, ik kan niet altijd in een uurtje de hele ‘show’ afwerken. Nee, ik draag geen toga. Nee, het gaat niet om de verpakking. Niet om het beeld dat ik probeer te creëren door het af te breken. Nee, moet ik altijd ook tegen mezelf zeggen, het gaat niet om jou. Het staat in grote letters op mijn bureau geschreven. It is God who bestows divine grace, not the preacher! En het Nederlandstalige equivalent ervan staat er naast: Het is de heilige Geest, niet de beheersing van methodes die de boodschap overbrengt.

In een vorige gemeente kwam regelmatig een predikant preken waar de hele goegemeente wel iets tegen had. Vanwege een beeld dat men van hem gecreëerd had. Hij was te oud. Niet altijd meer even scherp en zijn stem had danig te lijden onder de maalsteen van de molen uit Prediker 12,4. Dus kozen velen ervoor om, als hij voorging, elders te winkelen. Of thuis voor de beeldbuis te winkelen.  In de kerk, onder het tanende gehoor, zat een jonge kerel. Kind van het winkelende publiek. Hij zei: “Ze moeten eens niet zo zeuren. Ze kunnen beter luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Dat is nog heel wat.” Die preek zal ik nooit vergeten.

Doe mij nu dan maar een boterham met pindakaas. Voordat het mij allemaal te veel wordt.

Advertenties

Een gedachte over “Ik wil PINDAKAAS

  1. Beste Jochanan,
    Ook ditmaal weer een mooie spiegel die je naast jezelf ook ons voorhoudt.
    Nu weet je gelijk waarom wij in ons jou bekende oude (25 jaar inmiddels!) Golfje met het nummerbord dat begint met DS-……blijven rijden. Voor de (h)erkenning dus!
    Groet en vooral Gods zegen toegewenst, Linda & Pierre.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s