Ergens op de biblebelt komen dominees in vergadering bijeen. Ze stromen toe als mieren op een hoop. Begrijpelijk, want er zijn gewichtige dingen te bespreken. De ontwikkelingen van de Protestantse kerk in Nederland. Noem dat maar niet gewichtig. Gewichtige vragen worden aangedragen en op tafel gelegd. Is de exodus aan gemeenteleden niet een teken aan de wand? Zou het teken aan de wand niet verstaan moeten worden als dwaling van de kerk waarna het oordeel van diaspora haar en haar gediasporeerde leden onvermijdelijk en zwaar treft? Is de kerk zo langzamerhand niet in ballingschap geraakt? Zijn we vreemdelingen geworden? Of eenzame priesters? Of allebei? Vragen waar je je met gemak aan vertillen kunt. Ik zit erbij en hoor het allemaal aan.

'Hey, stupid! Don't start something you can't finish!'

Dan zie ik een mier. Ze tippelt over mijn tafel, spurt lichtvoetig  tegen mijn koffiekom op en kijkt zoekend rond. Als ze niks vindt kruipt ze kriebelig over mijn hand. Ik veeg een keer en weg is ze. Ze komt haar val eenvoudig te boven en gaat verder, haar tocht vervolgend over de gladde vloer. Ik volg haar met mijn ogen en zie dat ze onder een tafel tegenover mij zich voegt bij een hoopje andere mieren. Vervolgens kruipt ze loodrecht langs de tafelpoot omhoog en verkent dat platform. Totdat de daar aangeschoven dominee haar in het oog krijgt en… haar doodt. Hij krijgt ook de andere mieren in het vizier die rond zijn voeten al een begrafenisstoet lijken te vormen en hij aarzelt niet. Hij doodt ze stuk voor stuk door zijn grote voeten lichtzinnig boven op hen te plaatsen. Bijbelvast als hij is op de biblebelt, moet hij gedacht hebben dat het mierenvolkje een volkje zonder kracht is (Spr. 30,25).

Twee lijnen. De dominee en het mierenvolkje. De dominee zet ik gemakshalve als exponent die hij/ zij er nou eenmaal van is, gelijk met de kerk. Het mierenvolkje met de kerkgangers. De dominee maar eerst. Misschien is het niet helemaal eerlijk om de dominee met ‘de kerk’ gelijk te stellen, maar ik vind daar grond voor in hoe mensen, kerkganger of niet, naar een dominee kijken. Zo de dominee, zo de kerk. En het omgekeerde gaat ook vaak op. Zo de kerk, zo de dominee. Om maar een simpel voorbeeld te geven: het is ondenkbaar dat een dominee van een rechts-orthodoxe kerk bij een temperatuur van 25°C-plus in een korte broek, of een lichte zomerbroek op huisbezoek gaat. Nee, het moet donkerblauw en liefst zwart zijn.

Genoeg daarover. Wat ik er mee wil zeggen is dit: Sinds de eerste gemeente (Hand. 2) is de kerk geworden wat ze niet had mogen worden. Ze is ‘geïnstitutionaliseerd’. Ze is in dezelfde val getrapt als ‘de kerk’ in Jezus’ dagen. Daarmee matigt ze zich oordelen aan. Dogma’s, wetten, regels, wat ook maar, om het instituut ‘kerk’ haar gezag te geven. De kerkleiders hebben dat niet kunnen en/ of willen voorkomen. Een logisch gevolg is dat de kerk zich moet bezinnen. Misschien is Kerk 2025 een positieve stap. Maar als de dominee lichtzinnig zijn grote voeten op het kerkvolkje zet, omdat hij het ziet als een volkje zonder kracht, zijn alle plannen, hoe goed bedoeld ook, even sterk als het mierenvolkje dat onder de grote voeten van de dominante dominee vertreden wordt.

Het mierenvolkje. Voordat ik verder ga eerst een weetje. Weet je dat onderzoek onlangs heeft aangetoond dat dat mierenvolkje zonder kracht altijd de weg naar huis weet terug te vinden (zie Trouw 20 jan. 2017)? Of mieren nu achteruit moeten lopen, van hun spoor afgehaald worden, misleid worden met spiegeltjes om de stand van de zon anders te doen lijken, hun mierenkompas brengt ze altijd weer naar de mierenhoop.

Je kunt het mierenvolkje dus inderdaad even achteloos als lichtzinnig op één lijn zetten met het kerkvolkje. Veel leden van het kerkvolkje hebben allang hun biezen gepakt. Zij wilden niet vertreden worden. En terecht. Een deel van het kerkvolkje is opgeschoven naar het midden, naar links, naar rechts, of naar evangelisch. Een deel is zoekende en een deel is zoekgeraakt. Want iedereen die het kleine beetje verstand van een mier heeft, weet dat we niet zijn uitgerust met een kerkkompas, maar met een Godskompas (Gen. 1,27; Joh. 1,14). Velen uit dat kerkvolkje laten zich, net als een mier die op weg naar huis is, niet misleiden, verleiden en afleiden, zodat men de weg naar huis kwijtraakt. Het gediasporeerde kerkvolkje zal zich de weg naar huis herinneren (Joh. 14,4).

Maar wat nu als een deel van het kerkvolkje zo zwak is, dat het de weg niet meer weet? Beste dominees in vergadering bijeen: daar zijn wij nou dominees voor! Binnen onze gesloten muren van de kerk zijn we het waarschijnlijk allang verleerd. Maar die miezerige mier, die over mijn tafel kroop, en uiteindelijk werd gedood wilde het ons leren. Zij was een Godsgezant! Ga tot de mieren (…) en wordt wijs! (Spr. 6,6)

Boekentip: Te lezen in het verlengde hiervan zijn Stefan Paas’, ‘Vreemdelingen en priesters’ en Harry Kuiterts ‘Kerk als constructiefout’

Quote: ‘Ook in wat je niet kunt eren is genoeg aanwezig om toch te leren!’

 

Advertenties

Een gedachte over “De dominante dominee en de miezerige mier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s