Wie niet ‘zien’ wil…, mag voelen

Veertigdagen-zondag 6 ‘PASEN’

Johannes 20: 19-29

Ik heb de Heer gezien!’ (Johannes 20: 18)

Het schilderij hierboven, van Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) is ronduit geniaal. Caravaggio ging een nieuwe weg in de schilderkunst. Een weg die anderen zouden volgen. De weg van clair-obscur, van licht en donker, waarmee de schilder datgene benadrukt wat in het licht naar voren treedt. Een aantal Utrechtste schilders, waaronder Gerard van Honthorst, Dirck van Baburen en Hendrick ter Brugghen, nam zijn stijl over. Onder de volgelingen van Caravaggio was ook Rembrandt van Rijn, die de grote meester van clair-obscur is worden. 

Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken (Joh. 19: 37).  Daarom vind ik het schilderij geniaal. Kijk die blik van Thomas en van de andere twee discipelen. Kijk hoe Thomas werkelijk zijn vinger steekt in de wond. Alsof Jezus opnieuw wordt doorstoken. Door ongeloof. Door eerst zien en dan geloven. Bijzonder ook, hoe Jezus het ongeloof bij de hand vat. En kijk nog eens goed. Naar die hand van Thomas. Naar de vuile nagelriem. De wijsvinger zal er niet anders hebben uitgezien. Het geeft niet, jij ongelovige. Ook voor jou ben ik doorstoken. Zie op mij en geloof. Raak desnoods mij aan. Mijn dood wast je schoon. Wie niet ‘zien’ wil…, mag voelen!

Geen woord is te rijmen op dood. Pasen is ongerijmd geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Leven klopt niet met de dood. Pasen is het kloppende hart in de gemeente van de opgestane Heer. Dat de dood niet het laatste woord heeft, is een onzin zin. De zin van Pasen is: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’ Ook voor wie hem hebben doorstoken.

De opstanding is een puur clair-obscur. Een spel van licht en donker. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen (Joh. 1: 5).

Gezegende Paasdagen! 


Advertenties

Het is volbracht

Veertigdagen-40

Lucas 23: 34

Het is volbracht.’ (Johannes 19: 30) 

Wat zie je/ wat valt je op?

Opvallend in het schilderij van Edvard Munch (zie onder) dat hij de naam ‘Golgota’ gaf, is misschien wel eerst de gekruisigde zelf. Hij heeft de gestalte van een tiener, een kind haast. Het lijkt Jezus’ onschuld te tonen. Rondom de gekruisigde toont Munch de gezichten van de omstanders. Zij zijn het die het masker van de dood lijken te dragen in plaats van de gekruisigde. 

Onder het kruis staan de mensen gerond om de gekruisigde. Alsof ze de hele mensheid vertegenwoordigen. Munch heeft zo de mensheid samengebald in een verwrongen kluwen wezens, die als in een web gevangen zitten in de omlijsting van de aarde en hun ondergang tegemoet dreigen te gaan. Het masker van de dood, nee, de dood zelf is in iedereen voelbaar, schrijft Willem de Vink in zijn bespreking van dit schilderij. Ten slotte valt de rode streep in de lucht op. Deze lijkt uit te lopen in een hand. Is het de hand van God die in Christus de zonden der wereld wegdraagt? 

Wat valt je op wat je niet ziet (met de Evangelielezing in het achterhoofd)?

De gekruisigde toont wel bloed, maar niet in de handen en de voeten. Ook een doornenkroon is niet echt zichtbaar, evenmin als het opschrift. Op het gezicht van Jezus geen grimas van pijn en lijden. Zijn blik toont geen verwijt. Alsof hij hier bijna verbaasd over wat de mensen rondom zijn kruisdood doen zegt: Vader, vergeef het hun. Ze weten niet wat ze doen (Lc. 23: 34). Verder missen we de gebruikelijke lendendoek. Daarmee doet Munch overigens de werkelijkheid recht. De Romeinen waren gewoon de veroordeelden volledig naakt te kruisigen. Een totale ontluistering.

Wat doet dit schilderij met je bij de eerste confrontatie? En wat doet het met je als je er langer naar kijkt?

Zowel de onschuld als de schuld grijpen je meteen aan. De onschuld van de gekruisigde en de schuld van de mensheid. Wat blijft hangen (een beetje vreemde uitspraak in dit verband) is het hoofd midden onder kruis. Het lijkt een portret van Friedrich Nietzsche. Intrigerend. Was hij niet de filosoof van God is dood? 

Theologie bij dit werk 

Ik moet dan denken aan het weglaten van de lendendoek. Dat plaatst dit beeld tegenover Genesis 3 waar de mens na zijn ongehoorzaamheid aan God ontdekt dat hij naakt is. God zoekt de mens op. En vraagt wie hem verteld heeft dat hij naakt is. Vervolgens begint het vingerwijzen. Van Adam naar Eva en van Eva naar de slang. En van de slang naar God zelf. Want heeft Hij de mens niet verteld dat ze als God zullen zijn, kennende goed en kwaad? Wat Munch ons lijkt te tonen met de naakte gekruisigde is dat de mens niet langer in schuld en schaamte hoeft te leven. Het is volbracht. De schuld is verzoend!

Wanhoop

Veertigdagen-39

Johannes 19: 16b-30

Wat zie je/ wat valt je op?

Wat valt je op wat je niet ziet (met de Evangelielezing in het achterhoofd)?

Wat doet dit schilderij met je bij de eerste confrontatie? En wat doet het met je als je er langer naar kijkt? 

Een zwaard door je ziel

Veertigdagen-38

Marcus 15: 37-39

En nadat hij de mens had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. (Gen. 3: 24) 

En Simeon zegende hen en zeide tot Maria, zijn moeder: Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israel en tot een teken, dat weersproken wordt (en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan), opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden. (Lc. 2: 34-35)

(…) uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. (Opb. 1: 16)

Wat zie je/ wat valt je op?

Opvallend is dat we de gekruisigde van achteren zien. Wat ons oog aantrekt zijn de over het algemeen lijkbleke gezichten, die verschrikt, onthutst en verweesd kijken. Wat daarbij ook opvalt is, dat de menigte mensen uiteen wijkt. Als een gordijn dat met een vurig zwaard doorkliefd wordt (voorhangsel van de tempel dat scheurde). Vooraan links zijn drie gezichten met menselijke kleur zichtbaar. Waarschijnlijk twee vrouwen en Johannes. Ze tonen grote verslagenheid. Rechts vooraan is een ander gezicht met menselijke kleur. Waarschijnlijk de Romeinse hoofdman. Zijn gezicht toont het ontzag en de verbazing die hoort bij wat hij zegt. “Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.” 

Wat valt je op wat je niet ziet (met de Evangelielezing in het achterhoofd)?

Evenals bij Dali zien we geen bloed, geen doornenkroon, geen wond in de zijde, geen spijkers. We zien de gekruisigde niet van voren, zoals we hem zien volgens de Evangelieverslagen, als we vanaf de voet van het kruis naar hem opkijken. Dat versterkt het effect van de verschrikking op de mensengezichten. We zien ook de twee anderen niet die met Jezus gekruisigd werden. 

Wat doet dit schilderij met je bij de eerste confrontatie? En wat doet het met je als je er langer naar kijkt?

Ook nu blijft een reactie heel persoonlijk. Wat mij opviel, toen ik dit schilderij liet zien aan een groep mensen, was dat er meteen een verschrikt gegons door de zaal ging. Sommigen dachten aan de Shoah (WO II), anderen aan Rwanda, weer anderen noemden genocide in het algemeen. Of iemand dit schilderij in huis zou ophangen kreeg geen bijval. Dat zegt veel over wat het blijvend oproept. 

Dinah Roe Kendall zelf over haar werk

“Ik probeer de bijbelse verhalen weg te halen uit hun ‘religieuze onwerkelijkheid’ en tracht over te brengen dat deze dingen ook op ieder moment temidden van ons vandaag kunnen gebeuren. Ik wilde de schok en de schrik weergeven, die hen beving om wat ze met hem gedaan hadden. Het was onherstelbaar. Ze beseften de tragiek van het gebeurde en het hopeloze verlies.” 

Theologie bij dit werk 

Ik heb vrijmoedig verbindingspunten gelegd tussen de Schepping en het definitieve aanbreken van het Koninkrijk van God – dus tussen Genesis en Openbaring – via de ziel van Maria (en die van ons), zoals Simeon daarover in Lucas 2: 34-35 over profeteert. Daarbij kunnen we aantekenen dat het werk van Jezus niet op vrede is gericht voor nu, maar op het werk van het zwaard. Zijn Woord zal scheiding maken tussen geloof en ongeloof. Tussen voor en tegen. Maar op de achtergrond daarvan klinkt gezang! Het prachtige lied van Willem Barnard, Lied 556 vs. 2, uit het Nieuwe Liedboek. Een betekenisvolle tekst, ook voor onder het schilderij van Dinah Roe Kendall.  

De schepping die voor ons gesloten was 
ontsluit Gij weer, Gij opent onze ogen.
O Zoon van David, wees met ons bewogen, 
het vuur van bloed en ziel brandde tot as


Het uur van de waarheid

Veertigdagen-37

Lucas 23: 32-49

Wat zie je/ wat valt je op?

Wat valt je op wat je niet ziet/ wat mis je (met de Evangelielezing in het achterhoofd)?

Wat doet dit schilderij met je bij de eerste confrontatie? En wat doet het met je als je er langer naar kijkt?

Kijktip: Vergroot de afbeelding ‘schermgroot’ uit als het kan.

El Cristo de San Juan de la Cruz

Veertigdagen-36

Kolossenzen 1: 15-20

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het woord was God (…) Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. (Joh.1: 1 en 3)

Salvador Dali zegt zelf over zijn verbeelding van de kruisiging: “In de eerste plaats had ik in 1950 een ‘kosmische droom’ waarin ik dit beeld in kleur zag en dat in mijn droom werd getoond als de ‘kern van het atoom’. Deze kern kreeg later een metafysische (onze waarneming overstijgend – jd) betekenis. Ik zag het als ‘de volkomen eenheid van het universum’, de Christus!”

“Ten tweede zag ik, dankzij de aanwijzingen van de karmeliet pater Bruno, de door Sint-Johannes van het Kruis getekende Christus. Ik construeerde geometrisch een driehoek en een cirkel, de ‘esthetische’ samenvatting van al mijn vroegere experimenten, en plaatse mijn Christus in deze driehoek.”

Schets uit de 16de eeuw van de Spaanse monnik, Johannes van het Kruis, waarnaar Dali verwijst.

De ‘kosmische droom’ doet zich aan Dali voor in het beeld van de Christus, naar wie hij verwijst als de volkomen eenheid van het universum. Dit beeld is niet in strijd met wat de Bijbel over Jezus Christus zegt. Veelmeer is het zo dat dit schilderij van Dali ‘het plaatje bij het praatje’ is, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. De apostel Johannes zegt over Christus dat door hem, het levende en vleesgeworden Woord van God, alles is ontstaan en dat zonder hem niets is ontstaan wat bestaat. Hij is zogezegd de eerste en laatste bovenzinnelijke grond van de dingen en werkingen (zoals het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal metafysica omschrijft). Ook Paulus verwijst in Kol. 1: 16 naar Christus in wie alles is geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare (metafysische).

De ‘kosmische droom’ doet zich aan Dali voor in het beeld van de Christus, naar wie hij verwijst als de volkomen eenheid van het universum. Dit beeld is niet in strijd met wat de Bijbel over Jezus Christus zegt. Veelmeer is het zo dat dit schilderij van Dali ‘het plaatje bij het praatje’ is, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. De apostel Johannes zegt over Christus dat door hem, het levende en vleesgeworden Woord van God, alles is ontstaan en dat zonder hem niets is ontstaan wat bestaat. Hij is zogezegd de eerste en laatste bovenzinnelijke grond van de dingen en werkingen (zoals het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal metafysica omschrijft). Ook Paulus verwijst in Kol. 1: 16 naar Christus in wie alles is geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare (metafysische).

Terug naar het schilderij van Dali. God, zo weten we uit de Bijbel, openbaart zich niet zelden in beelden, dromen en visioenen. Wat we in de schitterende neerslag van het droombeeld van Dali zien, is een gekruisigde Christus die als het ware zweeft en zo het zichtbare – de aarde, de mensen, hun werk – en het onzichtbare – wat in het duister ligt – bijeen houdt. De gekruisigde Christus kijkt naar de aarde. En wij kijken op de gekruisigde neer.

We zien géén spijkers, géén doornenkroon, géén sporen van geselstriemen, géén bloed, géén wond in zijn zijde. Volgens Dali kwam in zijn droom naar voren dat dat alles het schilderij zou ontsieren.

Wat het beeld met je doet is heel persoonlijk. Toen ik het vorige week toonde als inspiratiebron voor een geloofsgesprek in een bijeenkomst van pastorale werkers waren er verschillende reacties. Van ‘schokkend’ tot ‘schitterend’. Van ontsteltenis tot intrigerend. Zelf denk ik dat als het in mijn huis zou hangen, het mijn blikken en gedachten voortdurend zou vangen. Ik vind het om meerdere redenen een schilderij van grote, ja, een bijna ‘kosmische’ schoonheid.

Een kosmische droom

Veertigdagen-35

Matteüs 27: 35-55

De vier evangelisten hebben elk op eigen wijze en met een eigen theologische visie hun verslag van de kruisiging van Jezus verhaald. Terwijl wij lezen vormen ook wij een eigen wijze en visie van wat we lezen. We worden zogezegd in een interpretatieve vrijheid gesteld. Kunstenaars gaan ons daarin voor.

De komende dagen kijken we naar drie visies op de kruisiging in de moderne kunst. Kijk ernaar aan de hand van de volgende vragen: 1) Wat zie ik? / Wat valt op? 2) Wat zie ik niet (met het verslag van één van de evangelisten in het achterhoofd)? 3) Wat doet het met mij?

De dag na de ‘eigen waarneming’ kijken we vervolgens kort terug aan de hand van een korte (mogelijke) uitleg.


Hocus pocus Pilatus pas

Veertigdagen-Zondag 6

Zacharia 8: 16-17

Wat is waarheid’ (Joh. 18: 38)

Na het obscure verraad, de verraderlijke verloochening en de totaalverloochening die pijnlijk duidelijk wordt als allen Jezus verlaten, dringt de vraag zich op naar wat in dat alles nog overeind blijft als waarheid. De joodse geestelijk leiders hebben daar zo hun eigen idee van en proberen in het verhoor van Jezus die bevestigd te krijgen. Pilatus, die het Romeinse recht vertegenwoordigt, moet op zoek naar wat waar is, als Jezus als ‘zaak’ op zijn bordje wordt gelegd. Maar wat blijft nog staan als waarheid, als hij de trukendoos van het politieke spel opent? Het wordt hocus pocus Pilatus pas

Waarheid is wat Christus gaat doen. Hij laat zijn lichaam breken als Brood des levens voor velen. Hij laat het bloed uit zijn lijf persen en toont zich zo de Ware Wijnstok. Pilatus weet niet wat hij er mee aan moet. Hij denkt van het probleem af te zijn als hij Jezus naar Herodes stuurt. Maar Jezus spreekt geen woord. Herodes stuurt hem terug naar Pilatus. Weer terug bij Pilatus spreekt Jezus geen woord. Behalve als hij de waarheid moet bevestigen. ‘Bent u de koning van de Joden?’ ‘U zegt het. Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’ Pilatus weet geen raad met de waarheid. In de politiek bestaat immers zoiets niet. 

Wat is waarheid? In de gehele opgang van Jezus naar Jeruzalem is het een terechte vraag van Pilatus, ook al heeft hij dat zelf niet door. Niets is oprecht gebleken. Het lukt niemand om zich vast te houden aan waarheid. Allen laten de waarheid los. Tot op de dag van vandaag. God-zij-dank, de Waarheid houdt (ons) allen vast! 

Hoc est corpus (meum)… sub Pontio Pilato passus et sepaltus est. In de schuingedrukte woorden herkennen we de zogenaamde toverspreuk. Maar het is geen toverspreuk. Het is de WAARHEID van Jezus Christus. De waarheid die telkens klinkt als in de Rooms-katholieke kerk de eucharistie gevierd wordt. ‘Dit is mijn lichaam dat onder Pontius Pilatus gestorven en begraven is.’ 

Doe dit tot mijn gedachtenis!


Wir haben es nicht gewußt

Veertigdagen 34

Matteüs 25: 41-46

Toen lieten al zijn leerlingen Hem in de steek en vluchtten’ (Matteüs 26: 56)

’Wie zonder zonde is, laat die de eerste steen werpen. (Joh. 8: 7) De tegenstanders van Jezus lieten hun steen één voor één vallen. De eerste de beste volgeling raapte er één op. Zo ook de anderen.’

Daarmee eindigden we gisteren. Wie vandaag denkt stilletjes weg te komen als het gaat om verraad en verloochening kent de geschiedenis niet goed. En waarschijnlijk ook zichzelf niet. 

Als Jezus in alle onrechtvaardige toonaarden veroordeeld wordt tot de kruisdood, schreeuwt Judas het uit: “Dat heb ik niet gewild!” Als de kloeke Petrus Jezus vloekend verloochent kraait er een haan. Petrus vlucht het duister van zijn dwaling in en huilt hartstochtelijk: “Dit heb ik niet gewild.”  

Als na de moord op zesmiljoen joden, vijf miljoen etnische Russen en Polen, één miljoen Roma, tweehonderdvijftigduizend gehandicapten, tienduizend homo’s en nog eens tienduizenden andere minderheden – en als na talloze bombardementen geen haan op een kerktoren meer overeind staat, en de Duitsers capituleren, roepen ze onthutst: “Wir haben es nicht gewußt.” Als de kerk de vele eeuwen machtsmisbruik overziet, van onderdrukking tot seksueel misbruik, wordt het onder het heilige habijt gehouden en men denkt: ‘Daar kraait geen haan meer naar.’ Over verloochening gesproken.

Oké, dit gaat allemaal buiten ons om. Het gaat over anderen in een andere tijd. De woorden van Jezus tegen zijn leerlingen in Matteüs 25 maken echter verloochening actueel. Altijd weer. Verloochening is in die zin wat de Engelsen de continuous tense –  een handeling die nog steeds aan de gang is – noemen. Niemand, geen mens kan er aan ontsnappen. Als het over de hongerigen, de dorstigen, de vreemdeling, de naakten, de zieken en de gevangenen gaat, is er geen ontkomen meer aan. Jezus is in al die onthutsende gedaanten onder ons. Wie van ons kijkt eens niet een andere kant op als wie dan ook van hen onze wegen kruisen? Laten we het daarom maar heel persoonlijk houden. Toen Ik een andere kant op keek, toen…

…toen kraaide er een haan. 


Een steenharde ontkenning

Veertigdagen-33

Daniël 2: 31-35

Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet.’ (Matteüs 26: 74)

In de Matthäus-Passion komen in het 38ste recitatief de verschillende stemmen aan het woord die zich samen met Petrus verwarmen rondom een vuur. In de muziek en in de gezongen teksten wordt de spanning voelbaar. De druk op Petrus neemt voelbaar en hoorbaar toe. De zwaarste druk is hoorbaar als het koor zingt: Wahrlich, du bist auch einer von denen; denn deine Sprache verrät dich. Er is voor Petrus geen ontkomen aan.   

Luister hier: https://www.youtube.com/watch?v=r-XgFMbvVOo

De aanklacht intensiveert. De ontkenning van Petrus ook. Hij moet zijn woorden kracht bij zetten. Hij moet vloeken. Maar anders dan wat wij onder vloeken verstaan. Hij heeft vervloeking nodig om de dreiging van herkenning, en vervolgens opgepakt en uitgespeeld te worden als belangrijke getuige tegen Jezus, te vermijden. Petrus vervloekt niet zichzelf. Hij vervloekt Jezus. 

In oude vertalingen werden we op het verkeerde been gezet. Daar stond: Petrus begon zichzelf te vervloeken. De nieuwere vertalingen lezen terecht: ‘(…) hij begon te vloeken’. Petrus is geen Judas, die zichzelf vervloekt en verhangt. Petrus vervloekt Jezus. Hij spreekt de ban over hem uit. Zoals men in die tijd iemand uit de synagoge in de ban deed met deze woorden: ‘Ik ken die mens niet’. Het zijn exact dezelfde woorden die Petrus uitspreekt. Een steenharde ontkenning.  

Hier wankelt de Kerk! Hoezeer Petrus ook door Jezus ‘rots’ werd genoemd. Aan deze ‘rots’ raakt een steen los. Een steen die aan het rollen wordt gebracht. Die rolt en rolt, de eeuwen door. Die aanzwelt en aan kracht wint. Het visioen van het gouden beeld op lemen voeten (Daniël 2) en de steen die losraakt en al rollende het beeld verbrijzelt, lijkt het visioen over de Kerk van Christus te zijn. Jezus verloochenen door hem in de ban te doen is al eeuwenlang een dagelijks werk van de kerk. De Kerk van Jezus Christus in Europa wankelt. En dreigt onder haar eigen steenkoude verloocheningen ten onder te gaan.  

Wie zonder zonde is, laat die de eerste steen werpen. (Joh. 8: 7) De tegenstanders van Jezus lieten hun steen één voor één vallen. De eerste de beste volgeling raapte er één op. Zo ook de anderen.